ICT
Er is een doorlopende ICT-leerlijn van onderbouw naar bovenbouw. Leerlingen beheersen de ICT-vaardigheden die in de bovenbouw vereist zijn.
Door een vaardighedenlijn met ‘hoofd- en onderaannemers’ van leerjaar 1 tot en met leerjaar 3. In grote lijnen ziet het programma er als volgt uit:
|
1. |
op de eerste schooldag volgen de brugklasleerlingen o.l.v. de mentor een kennismakingsmodule die bestaat uit leren inloggen, informatie over het netwerk, mailen en tekstverwerken. |
|
2. |
in periode 2 volgen alle brugklasleerlingen 2 lesuren per week een module informatiekunde die bestaat uit informatie over achtergronden o.a. hardware, word en powerpoint. |
|
3. |
door ‘hoofdaannemers’ (kunnen ook projecten zijn) wordt vanaf leerjaar 1 een vaardigheid aangeleerd aan de hand van een zelf ontwikkelde methode en door onderaannemers toegepast. |
Wie spelen daarbij een rol?
De collega’s van de sectie informatiekunde verzorgen de module voor de brugklasleerlingen in periode 2. De vakleraren die hoofdaannemer zijn leren vaardigheden volgens de ontwikkelde methode aan. Alle vakleraren die onderaannemer zijn passen de vaardigheden toe.
Hoe krijgt het vorm?
Hoofdaannemer voor Word is het vak Nederlands. Leerlingen leren hierbij de benodigde basishandelingen uitvoeren die nodig zijn voor schrijfopdrachten en onderzoeksverslagen.
De hoofdaannemer PowerPoint leert de leerlingen de basis voor het maken van een goede gebruiksvriendelijke PowerPoint presentatie. Het geleerde zal bij andere vakken met behulp van praktische opdrachten worden toegepast.
Hoofdaannemer voor Excel is het vak Economie. Leerlingen leren aan de hand van wat ze nodig hebben bij PSO en Economie gegevens ordenen, eenvoudige formules gebruiken bij berekeningen en eenvoudige grafieken maken.
Het onderdeel zoeken op internet zal worden verwerkt in een aantal praktische opdrachten. Docenten krijgen informatie uitgereikt om dit bij leerlingen op goede manier aan te leren en te begeleiden.