Dyslexie
 
 
 
Home Leerlingen Personeel
  Zoeken
 
 
 
 
 
De Waerdenborch
 

Leerlingbegeleiding > Dyslexie

Dyslexie, wat is dat?
Dyslexie betekent letterlijk: moeite hebben met leren lezen. Meestal wordt de term dyslexie in een breder verband gebruikt. Het gaat dan om problemen bij het leren lezen en spellen.
Dyslexie is een veel voorkomend, maar ook hardnekkig probleem. Onderzoekers stellen dat ongeveer 5% van de bevolking last heeft van deze leerstoornis.

Dyslexie, hoe kom je eraan?
Naar de oorzaken van dyslexie wordt nog steeds veel onderzoek gedaan. De kern van het probleem is, dat de informatie die in de hersenen binnenkomt niet goed wordt verwerkt. Het kind hoort de klanken wel, maar weet ze niet goed om te zetten in letters. Het kost ook moeite om de klanken in de juiste volgorde te onthouden.
Het kind ziet de letters wel, maar de volgorde van de letters wordt niet altijd goed onthouden.
In een aantal gevallen blijkt dat er sprake is van erfelijkheid.

Wanneer spreek je van dyslexie?
1.   Er zijn – onverwacht – grote problemen met lezen en spellen, die kunnen leiden tot een achterstand in vergelijking met leeftijdsgenoten.
2. Verschil tussen verwachtingen en prestaties.
3. Er is sprake van een normale intelligentie.
4. Problemen in de ontwikkeling van de taal.
5. Aanwijzingen dat dyslexie in de familie vaker voorkomt.

Informatie over het omgaan met dyslexie op De Waerdenborch
Begin leerjaar 1:
Alle leerlingen worden globaal getest op dyslexie onder verantwoordelijkheid van de orthopedagoge. De orthopedagoge verwerkt alle testresultaten op klassikale lijsten. Opmerkingen van basisscholen, ouders, externe instanties en CITO-gegevens worden hierbij betrokken. Op basis van bovenstaande gegevens neemt de orthopedagoge een uitgebreidere individuele dyslexietest af. De uitgebreide dyslexietest wijst uit welke leerlingen dyslectisch zijn. Naar aanleiding hiervan schrijft de orthopedagoge handelingsplannen en bespreekt deze met de desbetreffende RT-leraren en alle brugklasmentoren. Leerlingen die al een dyslexieverklaring hebben, ontvangen in de eerste schoolweek een dyslexiepasje zodat zij meteen tijdens de vaklessen ondersteund/gefaciliteerd kunnen worden.
De leerlingen worden in groepjes ingedeeld.

Aan het eind van leerjaar 1 kan op grond van ernstige dyslexie dispensatie voor 1 van de MVT aangevraagd worden.

Communicatie ouders: ouders van leerlingen die in aanmerking komen voor RT worden schriftelijk op de hoogte gesteld. Naar aanleiding van dit bericht worden ouders in de gelegenheid gesteld een avond telefonisch contact te hebben met de orthopedagoge. Tevens worden zij uitgenodigd voor een algemene voorlichtingsavond. Hierbij komen dyslexie, het RT-beleid van de school en de inhoudelijke begeleiding aan de orde. Ouders van leerlingen die uitgebreid zijn getest en van wie de kinderen niet in aanmerking komen voor RT worden ook schriftelijk op de hoogte gesteld.
In januari of februari voert iedere RT-leraar een individueel gesprek over screening, handelingsplan en ev. begeleiding thuis.

Start RT: de tweede week na de herfstvakantie. Leerlingen krijgen 1 x per week les van een RT-leraar. Verder ontvangen zij een dyslexie-pasje ter ondersteuning/ facilitering tijdens de vaklessen. De vakcollega's krijgen van de orthopedagoge informatie over het omgaan met dyslectische leerlingen.

Cijfers: door middel van bepaalde maatregelen wordt door de vakleraren rekening gehouden met dyslexie. Bij de berekening van de cijfers wordt dus rekening gehouden met dyslexie. Daarom geldt voor dyslectische leerlingen bij de overgang het normale bevorderingsreglement. In de bespreekzone kan dyslexie evenals vele andere onderwerpen ter sprake komen.

Vragen: met inhoudelijke vragen over dyslexie kunnen ouders/leerlingen terecht bij de RT-leraar of de orthopedagoge.
Met vragen of problemen betreffende de uitvoering van het dyslexiebeleid kunnen ouders/leerlingen terecht bij de mentor. Deze kan ev. doorverwijzen naar het afdelingshoofd of het sectorhoofd.

Vervolg leerjaar 2: 1 x per 5 à 6 weken begeleiding van de orthopedagoge in de vorm van een gesprek Hierbij komt de ondersteuning/facilitering tijdens de vaklessen ter sprake. De orthopedagoge bepaalt aan het eind van leerjaar 2 (op basis van alle gegevens) welke leerlingen in aanmerking komen voor een zgn. dyslexie-verklaring en doet een voorstel aan de rector. Na een positieve beslissing van de rector geeft deze verklaring minimaal recht op examentijd-verlenging. Andere mogelijke faciliteiten bij het Schoolexamen/Centraal Examen kunnen zijn: vergroot schrift, speciale cassettebandjes en/of laptop; dit wordt in het startjaar van de Schoolexamens nader besproken; ook hierover beslist de rector op advies van de sectorleiding.

Leerjaar 3 t/m 6: alle leerlingen met een dyslexie-verklaring van een orthopedagoog of een psycholoog ontvangen van de coördinator RT-bovenbouw een dyslexie-pasje voor ondersteuning/facilitering tijdens de vaklessen. Per leerjaar en per leerling wordt op dit pasje beschreven wat de mogelijkheden en de beperkende voorwaarden zijn.

Maatregelen voor dyslectische leerlingen
Deskundigen schatten dat 5 tot 10% van de bevolking dyslectisch is.
Een dyslectische leerling heeft meer tijd nodig dan normaal om nieuwe informatie op te nemen. Het probleem is steeds het tekort aan tijd bij het lezen van teksten, ontvangen van instructies, overschrijven, examens enzovoort.
Zij leren moeilijk uit het hoofd en informatie zonder samenhang wordt vaak verward.
Die traagheid maakt een domme indruk. Dyslectische leerlingen hebben echter een normale tot goede intelligentie; het eenmaal geleerde kunnen zij goed toepassen; zij hebben inzicht.
De traagheid geldt niet alleen voor taal, maar voor het leren van nieuwe handelingen en begrippen bij alle vakken. Wat betreft de spelling zien we bij deze leerlingen extreem (o.a.) fonetisch schrijven). Letters omwisselen van plaats, woorden of letters weglaten, traag tempo, veel doorhalen en soms een lelijk handschrift.
Door de beperkingen in hun ontplooiing kunnen dyslectische leerlingen faalangstig en gedemotiveerd zijn. Docenten kunnen daardoor ten onrechte deze leerlingen als ongeïnteresseerd ervaren.

1. Extra tijd (20%) bieden aan de leerlingen voor het maken van repetities en S.O.’s, waarbij de dyslexie mogelijk een probleem kan opleveren.
Dit kan op twee wijzen gerealiseerd worden:
a.   in pauzes door laten werken;
b.   het aantal te maken opgaven wat beperken.
Geef bij het uitdelen van de toetsen de dyslectische leerlingen het eerst.

2. Een soepele beoordeling van het schriftelijk werk bij de talen (m.a.w. dyslectische spellingsfouten niet of minder zwaar meerekenen).
Het is niet de bedoeling dat de kwaliteit van de spelling voortdurend het proefwerkcijfer bepaalt.

Reken de volgende fouten niet:
-     weglaten, toevoegen, vervangen en verwisselen van letters in woorden;
-     fonetisch spellen: bij gebrek aan een visueel woordenbeeld op het gehoor spellen (bijv. verwisselen van ei/ij, au/ou, f/v, s/z, ch/g of in het Engels: durthy-dirty;
-     foutief gebruik van hoofdletters, aan het begin van een zin of bij zelfstandige naamwoorden (Duits);
-     weglaten van leestekens (accenten Frans, umlaut Duits);
-     volgorde in vertaalzinnen veranderen;
-     houd er rekening mee dat deze leerlingen langer de normale beginnersfouten maken dan hun klasgenoten;
-  houd er rekening mee dat deze leerlingen een zeer zwak geheugen (auditief korte termijn geheugen) voor losse woordjes en volgordes van losse letters hebben.

Beoordeel dus of de leerling, als hij woordjes moet leren, het woord goed “gekozen” heeft, d.w.z. fonetisch geschreven heeft.
Spellingsfouten wel verbeteren zodat de woorden nog een keer geleerd kunnen worden.
Ga er van uit dat regels van de taal te leren zijn voor leerlingen met dyslexie.
Het inprenten en automatiseren van taalregels is (i.t.t. bijvoorbeeld logische regels bij natuurkunde) echter wèl moeilijk voor dyslectische leerlingen.
Fouten tegen grammaticale regels (b.v. werkwoordstijden, naamvallen etc.) gewoon fout rekenen.

3. Toon begrip voor de extra tijd die een leerling nodig heeft om zijn huiswerk te maken.
Geef huiswerk ruim van tevoren op (b.v. 14 dagen).

4. Opgaven voor repetities en S.O.’s typen. Zorg voor een groot lettertype (Arial 14; evt. standaard voor alle leerlingen). Zorg voor een rustig beeld met ruime marges. Laat de leerling zijn repetities en S.O’s met potlood maken (gum bij de hand). Of zorg ervoor dat hij een correctieroller bij zich heeft.

5. Overhoor de leerling zo mogelijk mondeling i.p.v. schriftelijk. Als het voor een leerling noodzakelijk is, wordt dat door de orthopedagoog aangegeven op het pasje. Dat gebeurt in overleg met de vakleraar.

6. De dyslectische leerling vraagt zonodig een kopie van lesmateriaal van een leerling met een net handschrift. Geef eventuele extra uitleg niet alleen mondeling maar ook op papier.

7. Regels, formules, definities op apart stencil.
Noteer tijdens de les de kernwoorden op het bord. Maak het bord niet te snel schoon (i.v.m. traagheid). Geef huiswerk 10 minuten van tevoren op (via studiewijzer èn mondeling toelichten).

8. Ideeën geven hoe het best de woorden geleerd kunnen worden.
(Zie stencil “woordjes leren” verkrijgbaar bij Gerdien Kleinburink.)

9. Deze leerlingen zijn gevoelig voor storing en rommeligheid; zet de leerling in de klas vooraan, met zo min mogelijk afleiding. Voorkom zo mogelijk nieuwe negatieve ervaringen; kondig bijvoorbeeld leesbeurten van te voren aan.

10. Voor de talen kunnen ouders ingesproken boeken of boeken speciaal geschreven voor dyslectische kinderen aanvragen bij de bibliotheek. Beperk zo mogelijk het aantal te lezen boeken. En laat de leerling werken met de bij de lesmethode horend extra oefenmateriaal op diskette (diskette Engels te leen in de schoolbibliotheek!)

11. Leerlingen met een slechte uitspraak stimuleren om de te leren woordjes bij de vreemde talen te laten inspreken (door bijv. vriendje, gezinslid, kennis) op een bandje.
De leerling kan nu de juiste uitspraak meerdere malen horen.

12. Toetsresultaten niet voor de hele klas afroepen. En bespreek altijd de resultaten van een toets! Corrigeer niet dwars door een woord heen, maar schrijf ernaast.

13. Tijdens overhoring eens over de schouder kijken of de opdracht begrepen wordt. Eventueel opdracht voorlezen.

14. Docenten talen wordt aangeraden om vóór een proefwerk een eventuele tekst een keer hardop voor te lezen. Als het voor een leerling noodzakelijk is, wordt dat door de orthopedagoog aangegeven op het pasje. Dat gebeurt in overleg met de vakleraar. Aangezien in leerjaar 1 en 2 de teksten nog vrij kort zijn, is het goed dit voor de hele klas te doen! Dyslectische leerlingen kunnen hier veel baat bij hebben.

15. Het is toegestaan om op verzoek van ouders/verzorgers een proefwerk (de opgaven en het gemaakte werk) in een gesloten envelop mee te geven, zodat de ouders kunnen zien hoe het werk is gemaakt.

16. Voor goede informatieverwerking is structurering van de lesstof van groot belang. Bijvoorbeeld: een rubricering van onregelmatige Engelse werkwoorden i.p.v. ze te leren van A tot Z. Geef dus inzicht in spellingsstructuren en geef grammaticaregels!

17. Sta zoveel mogelijk toe dat erop gericht is de zelfredzaamheid te vergroten, zoals tekstverwerker met spellingscontrole, ingesproken boeken, bandjes met de juiste uitspraak, software bij de methode, laptop, computer met spraakherkenning, readingpen, enz.

18. Luistertoetsen met verlengde luisterpauzes (de leerkracht kan handmatig de pauzeknop bedienen).

19. Wat betreft informatie over vrijstelling voor bepaalde taken dient men zicht te wenden tot de directie van onze school.

20. Het is ongewenst om twee taalproefwerken op één dag te plannen.

Tenslotte:
Accepteer een dyslectische leerling zoals hij is. Vooral bij de moderne vreemde talen en de talige vakken heeft de dyslectische leerling veel aanmoediging nodig. Geef positieve aandacht en indien mogelijk extra instructie.
En bedenk: onderwijs optimaliseren voor dyslectische kinderen betekent vaak onderwijs optimaliseren voor álle kinderen!

mevrouw A. Ros 
(maandag t/m donderdag op De Waerdenborch aanwezig)

Tips aan ouders

§         Het is belangrijk dat ouders de dyslexie en alle gevolgen ervan accepteren: de lees- en spellingproblemen, de frustraties van het kind, de tijd en energie die in de begeleiding gestoken moet worden, eventuele problemen op het voortgezet onderwijs.

§          Dyslexie is een onderwijsprobleem. Ga dus niet anders met uw kind om dan u zou doen wanneer het niet dyslectisch was.

§         Geef kinderen een duidelijke structuur in hun leven. Ze moeten weten waar ze aan toe zijn.

§         Laat kinderen plezier in het lezen houden door voor hen ook tijdschriften, stripverhalen of boeken te halen die hun interesse hebben.

§         Thuis helpen is prima. Overhoren van woordjes, vragen stellen over een tekst. Maar het moet wel leuk blijven !

§         Corrigeer teksten van uw kind.

§          Leer uw kind voor zichzelf opkomen.

§                    Hieronder staat een aantal verwijzingen naar verenigingen, literatuur en internetsites als u nog meer te weten wilt komen over dyslexie.

Balans: Vereniging voor ontwikkelings-, gedrags- en leerproblemen. Hier valt dyslexie ook onder.
De Kwinkelier 39, 372 AR Bilthoven, tel. 030 – 229 22 04

Tom Braams: Kinderen met dyslexie, ISBN 90 5352 339 1

Tom Braams: Dyslexie, een complex taalprobleem, ISBN 90 5352 7192

FNB, Lectuur en informatie voor mensen met een leeshandicap

www.anderslezen.nl    e-mail: abonnee@fnb.nl tel. 0486-486254
www.balansdigitaal.nl
www.dyslexie.pagina.nl
www.dyslexie.nl
www.woordblind.nl
www.ces.nl  (computerprogramma’s om woordjes te leren)
www.efkasoft.myweb.nl
www.bastrimbos.com
www.digischool.nl
www.overhoor.myweb.nl  (zelf de woordjes invoeren of werken m.b.v. kant-en-klare lijsten!)
www.teach2000.nl

Tips voor leerlingen met dyslexie
Als je een leerprobleem hebt, kun je het best zoeken naar die middelen die bij jouw eigen problemen kunnen helpen. Gebruik die tips waar jij wat aan hebt.

Tips die je kunnen helpen bij het goed zien wat er op de bladzijde staat.
 Als je telkens de regel of de woorden kwijtraakt waar je mee bezig bent, kun je een bijwijzer gebruiken.

§                    Het is handig om in elk boek dat je gebruikt een bijwijzer te hebben.

§                    Een deel van een bladzijde te bedekken. Soms zijn bladzijden zo vol en    druk dat je je niet kunt concentreren op het deel waar je mee bezig bent. Dek die delen die je niet nodig hebt dan af.

§                    Een kopie moet duidelijk zijn en  niet grijzig of met onduidelijke letters.

§                    Een vergrote kopie kan handig zijn.

§                    Als je moet lezen uit een boek bij aardrijkskunde of geschiedenis mag je er meestal niet in strepen. Vraag om die bladzijden te mogen kopiëren, zodat je kunt onderstrepen wat je nodig hebt.

§                    Markeerstiften zijn handig om belangrijke zinnen of woorden aan te geven. Je kunt ze dan snel terugvinden.

§                    Overschrijven van het bord kan lastig zijn. Soms heeft de leraar alles ook zelf op een blad staan. Vraag dan om een kopie van de aantekeningen.

§                    Kun je geen kopie krijgen, vraag dan of je de aantekeningen van een klasgenoot mag kopiëren. Je kunt dan thuis rustig kijken of je alles hebt.

Tips die je kunnen helpen bij het lezen

§         Bespreek met je leraar dat onverwacht hardop lezen voor jou (en de klas) heel vervelend is. Misschien mag je een leesbeurt voorbereiden.

§         Als je een woord niet kent, porbeer het dan in stukken te knippen. Door de stukken herken je het woord makkelijker.

§         Herken je het woord echt niet, lees dan de zin uit. Als je de zin begrijpt, weet je ook misschien het woord dat je niet kon lezen.

§         Vraag of iemand een leestekst voor je op een cassettebandje in wil spreken.

§         Je kunt ook via de blindenbibliotheek boeken op cassette aanvragen.

§         Ook de meeste methodes die op school gebruikt worden, zijn ingesproken op band en aan te vragen (nadeel: de stem leest langzaam en eentonig).

§         Als je lezen een ramp vindt, begin dan bij leesstukjes die je het minst erg vindt. Hoe meer je leest, hoe beter het zal gaan. ZOEK ZO LEUK MOGELIJK LEESWERK om te oefenen.

Tips die kunnen helpen bij het schrijven

§         Sla een regel over wanneer je op lijntjespapier schrijft. Je werk wordt zo beter leesbaar en je kunt er makkelijker iets aan veranderen.

§         Denk eerst na voor je begint te schrijven. Je raakt dan niet zo snel in de war als je eenmaal aan het werk gaat.

§         Schrijf eerst in het kort op wat je wilt gaan schrijven. Maak een schema. Je kunt dan kijken of je niet vergeet. Bovendien kun je de aandacht houden bij dat wat je aan het schrijven bent.

§         Er zijn mensen die eerst het verhaal op een bandje inspreken. Ze kunnen dan altijd terugluisteren naar wat ze bedacht hadden.

§         Als je het werk gaat overlezen let dan op één ding tegelijk: heb ik

         - hoofdletters, dan, heb ik
         - punten en komma’s, dan, heb ik
          - spelfouten, dan, heb ik

Tips die je kunnen helpen een opdracht goed te begrijpen

§         Vraag de leraar de opdracht in duidelijke stukjes te knippen.

§         Lees de opdracht helemaal door, zodat je niets vergeet.

§         Lees de opdracht twee keer. Dat lijkt veel werk, maar je weet dan beter wat je moet doen en kunt je werk maken, zonder dat het over moet (dat is nog meer werk!).

§         Als opdrachten op een apart blad staan, gebruik dan een markeerstift voor de belangrijke woorden.

§         Als een opdracht verschillende delen heeft, maak dan een stappenplan. Doe eerst het een en dan het ander.

Tips die je helpen dingen te onthouden

Dingen die je begrijpt, kun je beter onthouden. Probeer dingen te begrijpen en niet alleen de regels door te kijken.

Soms helpt het wanneer je dingen hardop zegt: je hoort jezelf praten en onthoudt het daardoor makkelijker.

Heel veel herhalen.

§         Sommige kinderen leren de tafels makkelijker door ze te zingen.

§         Gebruik geheugensteuntjes. Vooral degene die je zelf hebt bedacht kun je goed onthouden. (Een leuk puzzelwerkje). Weet je goede geheugensteuntjes of ezelbruggetjes, laat ze ons dan weten!

§         Tafels kun je leren door tafelkaarten te maken. Je schrijft de sommen onder elkaar en de antwoorden  op een flap die je omklapt.

§         Je kunt ook iedere tafelsom op een eigen kaartje schrijven. Zo kun je ze door elkaar husselen. Neem dan voor iedere tafel een eigen, vaste kleur.

En dan nog deze tips:

§         Leg uit dat je bij aardrijkskunde, geschiedenis en wereldoriëntatie ook last hebt van de dyslexie. Je leest en schrijft langzamer.

§         Luisteren en schrijven tegelijk lukken vaak niet goed. Je verwerkt beide informatie verkeerd. Zoek met je leraar naar een oplossing.

§         Vraag extra tijd voor toetsen.

§         KOM VOOR JEZELF OP. Leg rustig en duidelijk uit wat voor gevolgen dyslexie voor jou heeft.

Hulpmiddelen die nuttig kunnen zijn bij dyslexie

§         Een tekstverwerker met spellingscontrole.

§         Een eigen laptop.

§         Boeken ingesproken op cassetteband.

§         Teksten met een groter, duidelijker lettertype (liefst Arial 14).

§         Door de leraar uitgewerkte aantekeningen.

§         Een computerprogramma om woordjes te leren. Words van Call Educatieve Software (ww.ces.nl) is zeer goed. De leraren Engels hebben hierover informatie.

§         Oefenen met de cd-roms bij de lesboeken.

Vorige

 Afdrukken